Press "Enter" to skip to content

Alles in dienst van het liedje | Column Jan Douwe Kroeske

“Aan de kwaliteit van zijn stem en het ogenschijnlijke gemak waarmee Steverlinck de noten raakt, is in al die jaren geen kraakje veranderd.”

Nieuwe editie van Jan Douwe Kroeske’s wekelijkse column voor De Gooi- en Eemlander, ditmaal over de onlangs opgenomen 2 Meter Sessie van Jasper Steverlinck.

Alles in dienst van het liedje

Begin juni stond ik voor een 2 Meter-opname weer oog in oog met Jasper Steverlinck; voorheen frontman van de Belgische band Arid, inmiddels aan een solo-carrière begonnen. En ook als solist schiet-ie ook raak: Night Prayer is een sterk album, eentje voor in het jaarlijstje. De songs zijn goed, het geluid is net even anders. Aan de kwaliteit van zijn stem en het ogenschijnlijke gemak waarmee Steverlinck de noten raakt, is in al die jaren geen kraakje veranderd.

In rap tempo nemen we zeven nummers van de nieuwe plaat op; zes ervan in een keer, het nummer ‘Broken’ krijgt een tweede kans, omdat toetsenist Valentijn Elsen “iets hoort wat beter kan”.

De eerste keer dat we de naam van Jasper Steverlinck bij 2 Meter Sessies terug vinden, is aan het eind van de vorige eeuw, in mei en oktober 1999. Met Arid flikte Jasper iets wat Novastar op datzelfde moment ook deed: een goed debuutalbum uitbrengen, keihard werken en veel optreden.

Na de nieuwe sessie besluiten we even samen terug te kijken naar die oude beelden. Jasper kan er wel om lachen, vooral om hoe bang zijn 18 jaar jongere ik in de camera kijkt en beleeft antwoord geeft op de rare vragen van die lange Hollander. Hij constateert ook dat-ie er wel wat anders uit zag, “een schim van mezelf”. (Steverlinck had en heeft the looks. Toen: lange, engelachtige krullen, Eddie Vedder-achtige uitstraling. Nu: iets minder lange krullen, gedecideerde houding en zeer sprekende ogen.)

Wat in 2018 echt anders is, is zijn techniek van zingen: minder hard, veel meer in dienst van het liedje. De mond dicht op de microfoon, het lichaam veel meer het verlengstuk van de gitaar. Dat ziet toetsenist Valentijn ook. Hij zit van begin tot eind achter z’n keyboard, ook als Jasper helemaal solo een liedje doet. Het hoofd licht gebogen en aandachtig luisterend naar z’n maatje. Alles in dienst van het liedje. Is dit het gevoel waar Rick Rubin over sprak in zijn tijd met Johnny Cash?

Jan Douwe Kroeske