De website van 2 Meter Sessies maakt gebruik van cookies. Klik hier om te lezen wat dat voor jou betekent.

11 december 2011

“Ik snap eigenlijk niet waarom ik überhaupt nog stond te zingen”



Claw Boys Claw was zo’n twintig jaar geleden een van de grootste Nederlandse bands. Belangrijk in dat succes was natuurlijk de excentrieke zanger Peter te Bos (“Ik vind mijzelf geen ongeleid projectiel”). In deze 2 Meter de zondag in praat Jan Douwe Kroeske uitvoerig met Peter over de spanning voor een optreden, de 2 Meter Sessies van Claw Boys Claw en klassieke muziek, “de basis van alle goeie pop”.

Door Jan Douwe Kroeske

Een week of drie geleden zag ik zijn voornaam geprojecteerd op het grote doek van het Amsterdamse Tushinski-theater: Peter te Bos. Hij was een van de pratende hoofden in de documentaire over 40 jaar Paradiso. Te Bos is verreweg de meest ontspannen en intrigerende spreker in de film. Met een grote glimlach, met het hart op de tong en met veel passie legt-ie uit wat er zo mooi is aan het spelen in de hoofdstedelijk rocktempel.

Tijdens de première-avond zat Peter acht stoelen van me verwijderd. Terwijl ik hem op het grote scherm zag praten over Paradiso, dacht ik aan de keren dat-ie met zijn groep Claw Boys Claw te gast was in de 2 Meter Studio. Beide keren (1987 en 1994) staan in mijn geheugen gegrift, want er gebeurde veel.





Laten we zo meteen in het 2 Meter-archief duiken, maar eerst nog even snel die IDFA-documentaire over Paradiso bespreken. Ik hoor en lees verschillende verhalen. Wat vond Te Bos er eigenlijk van?

“Ik vond het wel goed, maar het is maar net met wat voor ogen je daar naar kijkt,” begint Te Bos. “Technisch gesproken kun je zeggen dat het in z’n totaliteit te lang is of dat er bepaalde items te lang zijn. Je kunt het ook jammer vinden dat er niet een bepaalde chronologische opbouw is gevolgd.”

“Maar,” vervolgt hij, “je kunt het ook bekijken vanuit de artiest of artiesten. Hoe het is om daar op te treden. Dat gedeelte vond ik wel geslaagd. Omdat het de spanning overbrengt van wat het doet met een persoon als-ie op moet en die steile trap op gaat.”

En hoe ervaart Te Bos dat zelf? “Tja, je bouwt een haat-liefde verhouding op met die tent. Dat heeft heel erg veel met het gebouw zelf van doen: het is een soort vierkante box, waarin je niet in het midden staat. Je bent zo breekbaar. De mensen staan boven je en heel erg dicht op je. Je kunt niet achter een gordijn kruipen.”

De shots die regisseur Jeroen Berkvens in de documentaire over het gebouw van de voormalige Vrije Gemeente Amsterdam heeft uitgekozen, raken op sommige momenten aan de benadering van een science-fiction-regisseur: dramatisch traag en hier en daar vergezeld door engelachtige koorpartijen en klassieke muziek. Heroïsch mooi zijn de momenten dat we een vliegende camera het goedverlichte gebouw zien bestuderen. Zo mooi was Paradiso nog nooit! Paul Weller, Johnny Rotten, Tim Knol, Martha Wainwright en de aandoenlijke Daniel Johnston vertellen ieder op hun eigen manier het gemak of ongemak waarmee ze Paradiso benaderen.

Te Bos: “Vanuit dat oogpunt vond ik het wel heel spannend. Ook bijzonder hoe Patrick Watson en Henri Rollins daar mee omgingen. Ik heb veel meningen gehoord, maar wat voor mij het belangrijkste in deze documentaire was, is dat het zichtbaar en voelbaar wordt wat een artiest voelt als-ie opkomt.”




Peter te Bos is er een van het unieke soort, een zanger/vormgever met een enorme staat van dienst. Hij heeft Pinkpop op zijn lijstje staan, een keer of vier keer Lowlands en een ongekend aantal binnen- en buitenlandse clubtours. En dat in een periode van zo’n 20 jaar. Officieel bestaat de groep weer, sinds 2007, maar de jaren van heftige activiteit liggen tussen 1985 en 1998.

Op dit moment is Claw Boys Claw het speeltje van de onafscheidelijk maatjes John Cameron en Peter te Bos. Marco Bruystens is de bassist.

Voor een programmamaker is Te Bos een genot om mee te werken. Maar je moet je ook altijd bewust zijn van het feit dat-ie je in de maling wil nemen. Want zijn woorden bennen af en toe nogal onverwacht en z’n daden niet minder. Zo had Te Bos me ooit bijna in zijn achtergrondkoortje gepraat. En ook een iets te opzichtige plek in het publiek kan je duur komen te staan…




In het archief van 2 Meter Sessies staat Peter te Bos met zijn jonge Claw Boys Claw erg vooraan: sessie nummer 4! We schrijven juni 1987 als Te Bos voor de eerste keer te gast is bij 2 meter de Lucht in. Als een slangenbezweerder op pantoffels (en met koptelefoon op) schuift-ie door de krappe radiostudio en weet een sfeer te creëren zoals ik ‘m nog niet eerder had meegemaakt.

Van die sessie kan Te Bos zich niet zoveel herinneren. “Wat hebben we daar eigenlijk gespeeld? The Rose? Sorry, maar ik kan me daar helemaal niets van herinneren. Het nummer wel, maar ik moet… Laat me eens even nadenken… Marius was de drummer, Bobby de bassist en John de gitarist. Ik weet eigenlijk helemaal niet meer hoe het nummer gaat… Bij deze kan ik je dus niet helpen. 24 jaar geleden, na al dat gerook en die drank… het is toch niet gek, dat ik me het niet meer kan herinneren?”

We praten dus over de vroege jaren van de Amsterdamse band. Peter Te Bos kreeg landelijke aandacht voor zijn zoen (op de wang! / JDK) aan minister van Cultuur, Elco Brinkman. En Claw Boys Claw was bijna op elke festivalposter te zien. Go Back to the Zoo, maar dan 20 jaar eerder, zeg maar.

Te Bos: “We deden wat we vonden dat we moesten doen. Het klinkt misschien heel clichématig, maar voor ons was het helemaal niet heftig. Ik word nog wel eens als een ongeleid projectiel omschreven, maar zelf vind ik niet dat ik dat ben. De basis van alles is het gevoel wat er bij ons is. Dat ontstaat zoals je over dingen denkt. Vanuit dat gevoel maak je ook muziek.”

De zanger vervolgt: “We zijn nog steeds niet geaccepteerd, omdat we nog altijd heel erg overtuigd zijn van de dingen die we willen doen. Misschien is mijn oprechte poging om te zeggen en te doen wat ik wil wel heel erg bezwarend. Ik ben er wel voor om dingen uit te proberen en om personen uit de tent te lokken.”




Zeveneneenhalf jaar na de eerste 2 meter-sessie komt de band op 30 november 1994 naar de Bullet Sound Studio 1 in Nederhorst den Berg. En nu zijn er ook camera’s bij. Claw Boys Claw heeft een hitje in de top 40 met het nummer ‘Call Me An Angel’ en we hebben veel zin in een opname. De groep draait ook op volle toeren, met (naast John en Peter) Geert de Groot als bassist en Marc Lamb als drummer. Iedereen kijkt reikhalzend uit naar de opname. Maar het eindigt in een drama…

Peter te Bos weet het zelf ook nog goed: “Ja, van die sessie kan ik me heel goed herinneren dat ik die middag mijn stem kwijt was. Ik snap eigenlijk niet waarom ik überhaupt nog stond te zingen. Als je een gitarist zijn gitaar afpakt, dan kan-ie ook niet gitaarspelen. Ik denk dat het een raar soort streberigheid is geweest dat ik het toch wilde proberen.”

Dan wendt Te Bos zich naar mij: “Maar jij hebt het wel opgenomen! Dat moet dramatisch zijn! Dat soort dingen kunnen gebeuren. Ik kan me nog herinneren dat jij nog probeerde het wat minder erg te maken voor ons door te vertellen dat je ook wel eens een Amerikaanse of Engelse band te gast had gehad die hetzelfde overkwam…”

Bij Te Bos komen in het gesprek steeds meer herinneringen boven over die dramatische middag. Maar ja, soms heb je het niet voor het zeggen. Soms moet je je verlies nemen. En dat hebben we dus gedaan.

Op de vraag of Te Bos nog naar nieuwe muziek luistert, krijg ik als een rechtse directe meteen de naam van The Black Keys door de telefoon. “Maar ik luister het meeste als ik aan het werk ben naar Rachmaninov, naar Bach en Beethoven. Of soms van die jaren dertig muziek. Soms via Spotify was popmuziek, maar het meest klassiek. De basis van alle goeie pop is toch klassiek. Ik hoor veel klassieke invloeden bij Radiohead…”


Foto boven dit artikel: Berbera van den Hoek



Lees meer op 2metersessies.nl over: ,

Alle artikelen in de categorie Zondagbijlage